Kleistof

“Kleistof” textiele én keramische kunst.
Naai-, brei-, weef-  en ander keramisch handwerk in de Tiendschuur vanaf 13 april.

‘Handwerken’ met klei, staat centraal in de nieuwe expositie in Keramiekcentrum Tiendschuur Tegelen. Eigenlijk is elk ambacht en praktisch elke beeldende kunstvorm handwerk. Een aantal keramisten doen het als het ware dubbel. Zij werken met klei én zij doen dat op zo’n manier dat het heel sterk aan het ‘textiele’ handwerken doet denken. Deze kunstenaars spelen in op de come-back van naaien, haken, breien zelfs macrameeën. Ze zijn afkomstig uit veel verschillende landen, maar ze doen allemaal hetzelfde met de plooibare klei. Het resultaat is een verrassende en warme expositie die een heel nieuwe visie laat zien op het ‘hand’werken met klei. De expositie zal vrijdag 13 april om 16.00 uur geopend worden en is te zien tot en met 9 september.

Een primeur voor Europa is het werk van de in Puerto Rico geboren Jeannine Marchand, zij woont en werkt sinds 1999 in de Verenigde Staten. Nooit eerder exposeerde zij haar werk aan deze kant van de oceaan. Na een degelijke keramische vooropleiding, ze kan pottenbakken, gebruiksgoed vervaardigen en ze weet alles van glazuren, maakt ze nu voornamelijk sculpturaal werk. Haar kunstwerken zijn heel regelmatige en beheerste draperieën van keramiek. Op prachtige en natuurlijke wijze, vouwt plooit zij de klei. Na intensief schuren krijgt het een prachtig mat oppervlak. Het resultaat zijn subtiele wandsculpturen van ‘kleistof’ dat zo lijkt te zijn neergevallen en waar de wind nog langs speelt.

Claudia Biehne (D) woont en werkt in Leipzig. Zij volgde kunstopleidingen in Halle, Praag en Helsinki. Bij haar staat het fragiele karakter van het materiaal centraal. Tegelijkertijd geeft ze het zo vorm, dat het zacht, soepel en verfijnd kant lijkt. Flinterdunne, geplooide en doorschijnende objecten van porselein zijn het resultaat. Ze ontving diverse onderscheidingen voor haar adembenemende kunstwerken.

Martha Pachon (I) woont en werkt in Italië, maar is oorspronkelijk afkomstig uit Colombia. Zij is net als Claudia bezig met het afdrukken van stoffen in keramiek. In haar geval verwijzen de kanten prints naar pikante slaapkamerverhalen en herinneringen van oude vrouwtjes uit ingeslapen Italiaanse dorpjes. Daarnaast maakt ze een soort zee-egels die ze met draden aan elkaar rijgt. Alsof ze de drijvers of de inhoud van een visnet vormen en zo uit de zee worden gevangen.

Silke Decker (D) neemt niet het plooibare stof als uitgangspunt, maar de draad waarmee geweven, gebreid of gehaakt wordt. Zij dompelt ‘echte’ draden in porselein. Met het nog natte en flexibele porseleinen koord maakt ze intrigerende structuren die na het drogen en bakken voor eeuwig in deze vorm blijven staan. Zij woont en werkt in Hamburg en volgde een designopleiding. Haar werk is zo origineel dat het door veel musea is aangekocht en herhaaldelijk in de prijzen viel.

Lut Laleman (B) werkt ook met keramisch koord. Maar niet middels dompelen. Zij rolt zelf de porseleinen draden waarmee ze met heel veel geduld haar ruimtelijke objecten weeft. Haar werkwijze neemt zoveel tijd in beslag en is zo gewild dat het vaak al verkocht is voordat het af is. Ze exposeert wereldwijd en viel meerdere malen in de prijzen.

Cecil Kemperink (NL) neemt ook de draad als uitgangspunt. Bij haar doet het niet denken aan weven maar aan de enorm uitvergrote schakels van bijvoorbeeld een breiwerk. Fascinerend om te zien én te horen is hoe de losse harde ringen tot een flexibel en plooibaar en ‘rinkelend’ geheel worden geschakeld. Cecil exposeert wereldwijd en haar werk viel meermalen in de prijzen.

De Française Bénédicte Vallet voltooide haar kunstopleiding in Nantes. Zij werkt net als Cecile met harde kleine keramische elementen. Bij haar wordt het een flexibel en plooibaar geheel doordat zij de talloze elementjes letterlijk aan elkaar vastknoopt met echt touw. Weer een andere techniek en benaderingswijze om keramisch textiel te maken, een die zeker niet onopgemerkt bleef. Ook haar werk werd herhaaldelijk onderscheiden met diverse prijzen.

De Belgische Nathalie Doyen is dol op huiden en texturen. Haar objecten lijken bedekt met borduurwerk, of héél fijn haakwerk. Ze maakt haar objecten ook werkelijk met een naald. Ze prikt heel kleine bolletjes ingekleurde steengoedklei op haar vormen. Deze ‘door-geprikte’ vormpjes geven haar werk een heel zachte huid alsof het bedekt is met mos, of aangekleed is met een brei of haakwerk. Ook haar werkwijze is uniek. Ze exposeert internationaal en is wereldwijd gevraagd als artist en residence.

Fenella Elms (UK) maakt ook een soort keramische dekens. Ook zij werkt met kleine keramische elementen, een soort platte rondjes of Droste pastilles, die ze zo ten opzichte van elkaar plaatst dat er een enorme suggestie van beweging ontstaat. Haar sculpturen doen denken aan waaiend gras, of hoogpolig tapijt waar je met je handen over kunt aaien en zo de richting en de licht inval kunt veranderen. Fenella maakt ook nog van flinterdunne linten kleisculpturen die doen denken aan wiegend zeewier, doorsnedes van een slakkenhuis of DNA ketens. Deze beweeglijke organische vormen zijn bedrieglijk soepel. Maar niets is minder waar, ze zijn gemaakt van uiterst breekbaar porselein. Haar werk is meerdere malen in de prijzen gevallen. Het is aangekocht door diverse musea en is behalve in de kunstwereld ook zeer geliefd bij interieurontwerpers en architecten.

Heide Nonnenmacher (D) werkt ook met kleine keramische elementjes. Ze ontwikkelde een unieke techniek, ze doopt cellulose vezels in porselein. Van deze pluizige velletjes maakt ze rolletjes of lapjes. Met deze elementjes, die een heel sterke ‘textiele’ uitstraling hebben, bekleedt ze het binnenste van porseleinen objecten. Met deze unieke techniek trekt  ze wereldwijd de aandacht. Haar werk werd meerdere malen onderscheiden en aangekocht door verschillende musea.

Susan O’Byrne (UK) lijkt op het eerste gezicht een vreemde eend in de bijt. Haar diersculpturen zijn bekleed met een huid van ‘stoffen’-lapjes. De collage van verschillende drukke patronen herinnert sterk aan patchwork en quilts. Omdat het dieren betreft is er nóg een textiele associatie, namelijk die van lappenpoppen en knuffelberen.

Kaat Schulte (NL) tot slot maakt ook diersculpturen maar met een totaal andere uitstraling. Zij beschouwt dieren als huidzakjes. Dit idee verbeeldt ze in haar dieren, die ze maakt met naaimachine en gietklei. De huid van haar sculpturen en de plooien laten overduidelijk de textiele oorsprong zien. De roestkleur die ze erop aanbrengt doet echter meer aan metaal denken en de platte verschrompelde vormen herinneren aan ingedroogde dierlijke resten. Hier komt haar vroegere wetenschappelijke carrière in de biologie om de hoek kijken. Door er vervolgens wandobjecten van te maken ontstaat er een spannende combinatie van associaties. Ze doen denken aan jachttrofeeën, bevroren bewegingen, fossiele platgereden dieren en de voedselketen. Haar werken zijn allerminst ‘truttig’ en hebben al zeker geen ‘textiele-handwerk’ uitstraling.

Deelnemende kunstenaars zijn:
Claudia Biehne (D); Silke Decker (D); Nathalie Doyen (B); Fenella Elms (UK); Cecil Kemperink (NL); Lut Laleman (B); Jeannine Marchand (USA); Heide Nonnenmacher (D); Susan O’Byrne (UK); Martha Pachon (I); Kaat Schulte (NL); Bénédicte Vallet (F)

Bij de expositie worden diverse activiteiten georganiseerd:
Bénédicte Vallet: 26 augustus, 11.00 uur; demonstreert haar technieken
Heide Nonnenmacher : 8 september, 14.00 uur; demonstreert haar technieken
Lut Laleman: 9 september, 14.00 uur  demonstreert haar technieken